
Ontdek bewegend leren met gratis voorbeeldlessen voor groep 1 t/m 8
In onze online bibliotheek bekijk je gratis voorbeeldlessen, werkvormen én webinars voor groep 1 t/m 8. Maak een gratis account en ontdek meteen wat Bewegend Leren voor jouw klas kan betekenen.


Wekelijks geliefd bij 5.000+ leerkrachten, in de klas én op het schoolplein
Ontdek gratis voorbeeldlessenMaak gratis een account en ontvang direct 28 bewegend leren werkvormen voor groep 1 t/m 8.
Bewegend Leren: Theorie en Voorbeelden voor jouw school
Bij Fluitend Leren werken we elke dag met basisscholen aan bewegend leren als effectief middel voor didactiek en basisvaardigheden.
Laatst bijgewerkt: juni 2026
Bewegend leren is lesgeven waarbij kinderen de stof oefenen terwijl ze bewegen. Op deze pagina vind je alles bij elkaar: wat het is, voorbeelden per vak en per groep, werkvormen, de wetenschap erachter en hoe je het op school invoert. Klik hieronder op het onderwerp waar je benieuwd naar bent.
- Wat is bewegend leren?
- Voorbeelden van bewegend leren
- Bewegend leren met rekenen, taal en spelling
- Bewegend leren per groep: van kleuters tot groep 8
- Bewegend leren op het schoolplein
- Werkvormen voor bewegend leren (en wat wel en niet werkt)
- Materialen voor bewegend leren
- Zo bouw je een les bewegend leren op en zet je het in je rooster
- Voorbeeldvideo's: bewegend leren in de praktijk
- Waarom bewegend leren?
- De wetenschap achter bewegend leren
- Bewegend leren invoeren, borgen en het Kwaliteitskader
- De opkomst van bewegend leren
- Dynamische Dinsdag en gratis webinars
- Veelgestelde vragen over bewegend leren
- Verder lezen over bewegend leren
Wat is bewegend leren?
Bewegend leren is lesgeven waarbij kinderen de stof oefenen terwijl ze bewegen. Geen som maken aan hun tafel, maar het antwoord wegspringen door het lokaal. Geen rijtje woorden overschrijven, maar het goede woord pakken aan de andere kant van de klas. De beweging is het middel, het leerdoel blijft gewoon rekenen, taal of spelling.
Waarom dat werkt? Kinderen onthouden meer als ze actief met de stof bezig zijn. Koppel je beweging aan een leerdoel, dan leg je nieuwe verbindingen in het brein en blijft de stof beter hangen. En je groep zit niet de hele dag stil, wat voor de meeste kinderen al een verademing is.
De drie vormen van bewegend leren
Bewegend leren kent grofweg drie vormen. Ze vullen elkaar aan en je kiest per moment wat past.
- Bewegen voor of na het leren. Een korte energizer of beweegmoment om het brein op te warmen of een dip te doorbreken. Er zit nog geen leerdoel in, maar het maakt de kinderen klaar om te leren.
- Bewegen tijdens het leren. Staand of lopend de stof verwerken, bijvoorbeeld overleggen aan een statafel of antwoorden ophalen door de klas. Zo blijft de aandacht langer vast.
- Bewegen om te leren. De lesstof zelf zit in de beweging: de tafels wegspringen, een woord lopen, een rekenestafette. Hier is de beweging het middel om het leerdoel te halen, en dit is waar bewegend leren echt zijn kracht laat zien.
Bewegingsonderwijs vs. Bewegend Leren
Vraag je een school of ze aan bewegend leren doen, dan wijzen ze vaak naar de gymles. Toch is dat iets anders. Het verschil zit in het doel.

Energizers vs. Bewegend Leren lessen
Een energizer is een kort, leuk tussendoortje om de boel even op te schudden en de aandacht terug te halen. Er zit beweging in, maar geen leerdoel. Het breekt de sleur, meer niet.
Bewegend leren gaat een stap verder. Het is opgebouwd rond een vast leerdoel en koppelt die energie en concentratie aan de stof, zodat er echt iets blijft hangen. Een energizer laat kinderen even uitblazen, een bewegend leren les laat ze ondertussen ook leren.
Misverstanden over Bewegend Leren
Het hardnekkigste misverstand is dat bewegend leren vooral spelen is, of dat het alleen voor de onderbouw zou werken. Dat klopt niet. Je kunt het net zo serieus en gestructureerd inzetten als een gewone zittende les, van groep 1 tot en met groep 8.
En het komt op een goed moment. Kinderen van 4 tot 12 jaar zitten gemiddeld 7,3 uur per dag, vooral door les, huiswerk en schermtijd (RIVM, 2016). Een school die kinderen meer laat bewegen zonder de lesdoelen los te laten, pakt allebei tegelijk aan.
Voorbeelden van bewegend leren
Bewegend leren klinkt groot, maar in de praktijk is het vaak heel klein en simpel. Een paar voorbeelden die je zo voor je ziet:
- Tafels wegspringen. Je roept een som, de kinderen springen naar het goede antwoord op de grond. Herhalen en automatiseren, maar dan staand.
- Woorden vangen. Kaartjes door de klas, jij zegt een woord, zij rennen naar het juiste kaartje. Werkt voor spelling en lezen.
- Estafette met sommen. In groepjes om de beurt naar het bord, antwoord erbij, weer terug. Samen rekenen met vaart erin.
- Rekenspeurtocht. Een route langs opdrachten over het plein, waarbij groepjes samen de som oplossen.
De rode draad: het leerdoel staat voorop, de beweging maakt het actief. Hieronder werken we het uit per vak en per groep, zodat je precies ziet wat past bij jouw klas.
Bewegend leren met rekenen, taal en spelling
Hoe krijg je bewegend leren je klas in, ook als je denkt dat je geen tijd of ruimte hebt? Het hoeft helemaal niet ingewikkeld of groots te zijn. Een paar stoepkrijtjes op het schoolplein of wat kaartjes in het speellokaal zijn vaak al genoeg. Het idee is simpel, je koppelt de lesstof aan een fysieke handeling. Hieronder vind je een paar concrete voorbeelden voor rekenen, taal en spelling die je zo kunt overnemen of aanpassen voor jouw groep.
Bewegend leren met rekenen
Rekensommen worden ineens een stuk leuker als je ze niet op een blaadje, maar met je hele lijf oplost. Door te springen, rennen en gooien, beklijft de leerstof vaak veel beter. Hier zijn een paar ideeën die je makkelijk kunt toepassen.
-
Getallenlijn springen: Teken met stoepkrijt een getallenlijn van 1 tot 20 op het schoolplein. Jij roept een som, bijvoorbeeld 8 + 5. De leerling start op de 8 en springt er 5 stappen bij om op de 13 uit te komen. Voor de bovenbouw kun je dit doen met deeltafels of sprongen van 100.
-
Optel estafette: Verdeel de klas in teams. Elk team start met een getal op een whiteboard of flapover. Om de beurt rent een leerling naar voren, schrijft een getal op en telt dat op bij het totaal. Welk team heeft als eerste de 100 bereikt zonder rekenfouten?
-
Levende vormen: Roep een meetkundige vorm, bijvoorbeeld ‘driehoek’. De leerlingen vormen groepjes van drie en maken met hun lichamen op de grond een driehoek. Bij een vierkant zoeken ze een groepje van vier. Zo oefenen ze spelenderwijs de eigenschappen van vormen.
Je zult zien dat de betrokkenheid omhoogschiet. Rekenen wordt een spel in plaats van een verplichting, en de leerlingen kunnen tegelijk wat energie kwijt.
Welke rekenstof oefen je bewegend per groep?
Een overzicht van rekenstof per groep met een passende bewegende werkvorm, zodat je snel ziet wat bij jouw groep past.
| Groep | Rekenstof | Bewegende werkvorm |
|---|---|---|
| Groep 3 | Optellen en aftrekken tot 10 en 20 | Getallenlijn springen op het plein |
| Groep 4 | De tafels van 1 tot en met 5 automatiseren | Tafels estafette met pionnen |
| Groep 5 | De tafels van 6 tot en met 9 en deelsommen | De Wereld Rond met sprongen van 10 en 100 |
| Groep 6 | Breuken, kommagetallen en meten | Levende vormen en een meetparcours |
| Groep 7 en 8 | Procenten, verhoudingen en coördinaten | Levend coördinatenstelsel op het plein |
Bewegend leren met redactiesommen
Verhaaltjessommen, voor veel leerlingen een struikelblok. Het abstracte verhaal omzetten naar een concrete som is vaak de lastigste stap. Door de som letterlijk uit te beelden, help je ze die vertaalslag te maken. Hier zijn een paar manieren.
-
Speel de som na: Laat leerlingen de som uitbeelden. De som is: ‘Er zitten 5 vogels in een boom, er vliegen er 2 weg. Hoeveel zijn er over?’ Laat vijf leerlingen de vogels zijn. Twee ‘vliegen’ naar de andere kant van de klas. De rest van de groep telt hoeveel er overblijven. Gebruik pittenzakjes als appels of blokjes als koekjes.
-
Spring het antwoord: Een snelle energizer. Lees een verhaaltjessom voor. Is het antwoord 7? Dan springen de leerlingen 7 keer in de lucht. Een makkelijke manier om even de benen te strekken en tegelijk de antwoorden te controleren.
-
De getallenlijn op het schoolplein: Deze is ook perfect voor redactiesommen. ‘Je hebt 10 euro en koopt een ijsje van 2 euro.’ De leerling start op het getal 10 en springt 2 stappen achteruit. Zo wordt een minsom een concrete, fysieke actie.
Zo maak je de abstracte context van een verhaaltje tastbaar. Leerlingen ‘doen’ de som, waardoor het kwartje vaak sneller valt.
Bewegend leren met taal
Taal is meer dan letters op papier. Door taalonderdelen zoals woordsoorten of zinsbouw te koppelen aan beweging, wordt het minder abstract en blijft het beter hangen. Probeer deze werkvormen eens.
-
Woordsoorten estafette: Hang in drie hoeken van de klas de labels ‘werkwoord’, ‘zelfstandig naamwoord’ en ‘bijvoeglijk naamwoord’. Geef teams stapeltjes met woordkaartjes. Om de beurt pakt een leerling een kaartje, rent naar de juiste hoek en legt het woord daar neer. Welk team heeft als eerste alle kaartjes goed gesorteerd?
-
Zinnen estafette: Knip een paar zinnen in losse woorden. Geef elk team een gehusselde zin. De leerlingen leggen de woorden in de juiste volgorde op de grond. Om het moeilijker te maken, kun je ze de woorden een voor een laten halen in een estafette.
-
Uitbeelden: Een klassieker die altijd werkt. Geef een leerling een kaartje met een werkwoord, zoals ‘fietsen’ of ‘schilderen’. De leerling beeldt het uit en de klas raadt welk woord het is. Ideaal om de woordenschat te oefenen.
Je merkt direct dat de energie in de klas verandert. Taal wordt een actieve ontdekkingstocht in plaats van een stille zitopdracht.
Bewegend leren met spelling
Spelling is vaak een kwestie van stampen. Maar door te bewegen, gebruik je ook het spiergeheugen. Dat helpt enorm bij het onthouden van de juiste lettervolgorde. Hier zijn een paar ideeën.
-
Spellingsrace: Verdeel de klas in twee teams. Jij roept een woord, bijvoorbeeld ‘schoolplein’. De eerste leerling van elk team rent naar het bord, schrijft de ‘s’, rent terug en tikt de volgende aan. Die schrijft de ‘c’, enzovoort. Het team dat het woord als eerste correct op het bord heeft, wint een punt.
-
Spring de letters: Een snelle en makkelijke werkvorm. Dicteer een woord. De leerlingen spellen het woord hardop, en bij elke letter maken ze een sprong. B, O, O, M. Vier sprongen dus. Zo voelen ze de lengte van het woord.
-
Letterhinkelen: Maak op het schoolplein een hinkelbaan, maar dan met letters in de vakken. Geef een leerling een woord. Hij of zij moet het woord spellen door in de juiste volgorde op de letters te hinkelen. Een leuke manier om motoriek en spelling te combineren.
Zo wordt spelling een fysieke activiteit. De combinatie van zien, horen en doen zorgt ervoor dat de spelling van lastige woorden beter beklijft.
Werkvormen aanpassen aan het niveau
Niet elke werkvorm is geschikt voor elke leerling of elke groep. Het mooie is dat je de meeste activiteiten makkelijk kunt aanpassen. Zo zorg je ervoor dat iedereen mee kan doen en wordt uitgedaagd op zijn eigen niveau.
-
Differentieer in moeilijkheid: Kijk goed naar het niveau van je groep. Voor de kleuters is op de juiste letter springen al een hele uitdaging. In de bovenbouw kun je een extra opdracht toevoegen. Laat ze bijvoorbeeld de tafelsommen achteruit opzeggen terwijl ze hinkelen, of een bal overgooien tijdens de zinnen estafette.
-
Pas de materialen aan: Gebruik voor de jongere leerlingen een grotere, zachte bal om te gooien, of maak de doelen waar ze op moeten mikken wat groter. Simpele aanpassingen maken een groot verschil in succeservaringen.
-
Verander de spelregels: Wees flexibel met de regels. Maak een spel makkelijker door meer tijd te geven. Of juist moeilijker, door een extra regel toe te voegen voor de snellere leerlingen. Zij moeten bijvoorbeeld eerst de som uitrekenen voordat ze mogen rennen.
Door zo te differentiëren, zorg je ervoor dat de activiteiten toegankelijk en uitdagend zijn voor alle leerlingen in groep 1 tot en met 8. Onthoud dat de beweging een middel is, geen doel op zich. Het gaat om het leren van de reken, of taalles. Een simpele beweging is vaak al genoeg om de hersenen te activeren.
Werkvormen voor bewegend leren
Er zijn natuurlijk ontelbaar veel werkvormen te bedenken. Om je op weg te helpen, hebben we een paar veelgebruikte vormen voor je op een rijtje gezet.

Het belangrijkste is dat je durft te experimenteren. Wat werkt voor jouw groep? Soms is een werkvorm een schot in de roos, soms moet je het een beetje aanpassen. Het gaat erom dat je beweging een logische plek geeft in je lessen. Of je nu in de onder, midden, of bovenbouw lesgeeft, met een beetje creativiteit help je leerlingen om de basisvaardigheden actief onder de knie te krijgen.

Bewegend leren per groep: van kleuters tot groep 8
Als je bewegend leren goed aanpakt, kan het echt bijdragen aan de schoolprestaties van je leerlingen. We hebben dat al gezien in het stuk over ‘Waarom Bewegend Leren’. Maar hoe doe je dat nou praktisch in jouw groep? Elke leeftijd vraagt om een andere aanpak. Hieronder vind je concrete voorbeelden en tips voor de kleuters, de middenbouw en de bovenbouw.
Bewegend Leren bij de kleuters (Groep 1 en 2)
Jonge kinderen hebben veel beweging nodig. De beweegrichtlijnen adviseren om elke dag flink te bewegen en zo min mogelijk lang stil te zitten. Bij de kleuters is bewegen en leren natuurlijk al heel erg met elkaar verweven. Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden, maar je kunt de speelse activiteiten wel heel gericht inzetten. Het draait hier vooral om de basis, zoals motorische vaardigheden en de eerste stappen in taal en rekenen.
Houd de opdrachten simpel en de uitleg kort. Zorg voor een veilige ruimte op het schoolplein of in het speellokaal waar ze vrij kunnen bewegen. Jouw actieve rol is cruciaal. Doe mee, stuur bij en moedig ze aan, dan haal je er het meeste uit.
Een concreet voorbeeld voor taal is de letter-estafette. Leg aan de ene kant van het schoolplein letterkaarten neer en aan de andere kant voorwerpen, zoals een bal, een pop en een auto. De leerlingen rennen om de beurt naar de overkant, pakken een voorwerp, rennen terug en leggen het bij de juiste beginletter. Zo koppelen ze spelenderwijs klanken aan letters.

Bewegend Leren in groep 3 en 4
In groep 3 en 4 kunnen leerlingen zich al wat langer concentreren. De opdrachten mogen dus iets ingewikkelder worden. Ze vinden het fantastisch om de basisvaardigheden die ze net leren, zoals lezen, spelling en rekenen, meteen in de praktijk te brengen met hun hele lichaam.
Laat ze samenwerken in kleine groepjes, dat is goed voor de sociale vaardigheden. Wissel rustige en drukke werkvormen af om de aandacht erbij te houden en geef ze wat vrijheid om zelf tot een oplossing te komen. Dat stimuleert het probleemoplossend vermogen.
Een rekenvoorbeeld is de tafels-estafette. Verdeel de klas in teams. Elk team staat achter een pion. Jij roept een som uit de tafels, bijvoorbeeld 4 x 5. De leerlingen rekenen het uit en de eerste van elk team rent naar het getal 20 dat met stoepkrijt op het schoolplein staat. Dit combineert snelheid met het automatiseren van de tafels.

Bewegend Leren in groep 5 en 6
De lesstof wordt in groep 5 en 6 een stuk abstracter. Denk aan topografie, breuken of zinsontleding. Bewegend leren is een geweldige manier om deze onderwerpen tastbaar te maken. Leerlingen kunnen nu ook complexere spelregels en opdrachten aan.
Een voorbeeld voor taal is de zinnen-estafette. Maak kaartjes met zinsdelen, zoals onderwerp, persoonsvorm en lijdend voorwerp, en verspreid die over het plein. Geef de leerlingen in groepjes de opdracht een correcte zin te vormen door de juiste kaartjes te verzamelen en in de goede volgorde te leggen. Wie heeft als eerste een goede zin? Extra uitdaging: de zin moet ook nog grappig zijn.

Bewegend Leren in de bovenbouw (Groep 7 en 8)
Leerlingen in de bovenbouw zijn zelfstandig en kunnen goed abstract denken. Je kunt ze uitdagen met opdrachten waarbij ze niet alleen fysiek, maar ook mentaal flink aan de bak moeten. Denk aan het combineren van lesstof met sport, strategie en teamwork.
Zorg voor opdrachten die echt uitdagen, zowel op kennis als op fysiek vlak. Geef ze de keuze uit verschillende activiteiten, dat vergroot de betrokkenheid enorm. Plan na afloop even tijd in voor een korte nabespreking. Wat ging er goed? Wat hebben ze geleerd? Dat helpt om de leerstof beter te laten beklijven.
Een voorbeeld voor wereldoriëntatie is het levend coördinatenstelsel. Teken met stoepkrijt een groot assenstelsel op het schoolplein. Geef groepjes leerlingen opdrachten die te maken hebben met de ligging van Europese hoofdsteden. 'Team A, ga op de coördinaten van Parijs staan'. Of voor rekenen: 'Wie staat er op het punt (3, min 2)?'. Zo oefenen ze op een dynamische manier met coördinaten en topografie.

Wil je meer van dit soort praktische voorbeelden en complete inspiratielessen voor bewegend leren zien?
Zoals je ziet, is bewegend leren geen eenheidsworst. Door je aanpak af te stemmen op de leeftijd en ontwikkeling van je leerlingen, maak je het leren leuker én effectiever. Of je nu voor de kleuters staat of voor groep 8, er zijn altijd manieren om de lesstof in beweging te brengen.
Zelf aan de slag met bewegend leren?
Wil je nog meer inspiratie en praktische handvatten om bewegend leren zelfverzekerd in te zetten in jouw klas? We helpen je graag op weg met een workshop voor jou en je collega's.

Bewegend leren op het schoolplein
Het schoolplein is misschien wel de fijnste plek voor bewegend leren. Meer ruimte, frisse lucht en kinderen die toch al staan te trappelen om naar buiten te gaan. Je hebt er weinig voor nodig: een stoepkrijtje, een setje kaartjes of gewoon de tegels die er al liggen.

Een paar dingen die je morgen al kunt doen:
- Sommen zoeken. Verstop antwoorden over het plein en laat kinderen naar het goede antwoord rennen. Werkt voor de tafels, optellen en aftrekken.
- Spellingparcours met krijt. Teken vakken met letters en laat ze het woord erover lopen, letter voor letter.
- Buitenspelen met een leerdoel. Een tikspel waarbij je alleen veilig bent op een even getal, of een kringspel met woordrijen.
Buiten bewegen levert dubbel op: ze halen hun energie eraf en oefenen ondertussen de stof. Eenmaal binnen zitten ze daarna een stuk rustiger.
Werkvormen voor bewegend leren (en wat wel en niet werkt)
Een goede werkvorm is geen toeters en bellen, maar een simpel format dat je voor elk leerdoel opnieuw kunt gebruiken. Een paar die zich in de klas bewezen hebben:
Wat we in de praktijk hebben geleerd
We delen werkvormen via onze wekelijkse nieuwsbrief en zien daardoor goed wat aanslaat en wat niet. Vier dingen vallen steeds op:
- Veel van het materiaal dat online rondzweeft, werkt niet. Het mist vaak een duidelijk leerdoel of kost te veel voorbereiding. Een werkvorm werkt pas als hij in vijf minuten klaarstaat en aansluit op de les van die dag.
- Let op de opdrachtdichtheid. Bij een estafette waarbij steeds maar een kind beweegt, staat de rest stil en wordt er weinig geoefend. Kies werkvormen waarbij alle kinderen tegelijk actief zijn en zelf moeten nadenken.
- Houd de regels simpel. Hoe meer uitleg een spel nodig heeft, hoe meer tijd je kwijt bent aan organiseren in plaats van leren. De beste werkvormen leg je in twee zinnen uit.
- Kies de vorm bij de fase van de leerlijn. Bij begripsvorming laat je kinderen iets lijfelijk ervaren (bewegen om te leren), bij automatiseren gebruik je snelle, herhalende opdrachten. In een combinatiegroep doe je dezelfde werkvorm, met opdrachtkaartjes op niveau.
Bewegend leren met het digibord en digitale werkvormen
Bewegend leren hoeft niet altijd buiten of met los materiaal. Ook met het digibord houd je de klas in beweging. Denk aan een klassikaal beweegspel waarbij kinderen opstaan, links of rechts kiezen of een beweging nadoen bij het juiste antwoord. Digitale beweegspellen en korte beweegfilmpjes staan zo klaar en vragen weinig voorbereiding, handig op een dag dat het plein bezet is of het weer tegenzit. Koppel het wel aan een leerdoel, dan blijft de beweging echt bewegend leren en wordt het geen los spelletje.
Materialen voor bewegend leren
Veel leerkrachten denken dat je voor bewegend leren een kast vol dure spullen nodig hebt. Goed nieuws, dat is een misverstand. Bewegend leren is een manier van lesgeven, geen doel op zich. Je kunt in groep 1 tot en met 8 al aan de slag met wat je hebt liggen op het schoolplein of in het speellokaal.
Kijk eerst wat je al op school hebt
De kans is groot dat je met de spullen uit het speellokaal of de gymzaal al een heel eind komt. Denk aan springtouwen waarmee leerlingen de tafels oefenen, waarbij elke sprong een goed antwoord is. Grote dobbelstenen zijn perfect voor rekenspellen of het maken van gekke zinnen. En met wat stoepkrijt tover je het schoolplein zo om tot een gigantisch honderdveld of een spellingsparcours. Een paar pionnen erbij om een route uit te zetten en je les kan beginnen.

Natuurlijk zijn er ook specifieke materialen die je kunt gebruiken. Hieronder zie je wat voorbeelden uit de praktijk, van grote matten tot simpele kaartjes.

(Een grote mat voor bewegend rekenen in het speellokaal, ideaal voor een klassikale start.)

(Grote blokken kun je goed inzetten voor een les over meten en meetkunde.)

(Simpele kaartjes voor een taalspel, zoiets maak je zelf ook makkelijk.)

(Deze uitwisbare mat is handig, je kunt er steeds nieuwe sommen op schrijven.)

(Sommige methodes bieden complete materiaalkasten. Onze ervaring is wel dat het soms veel voorbereidingstijd kost om alles klaar te zetten.)

(Uiteindelijk heb je met hoepels, pionnen en krijt vaak al genoeg in huis voor een geweldige les bewegend leren.)
Waarom materiaal alleen niet genoeg is
Mooie spullen zijn natuurlijk leuk, maar ze zijn geen wondermiddel. Bewegend leren draait om jou, de les en de leerlingen. De materialen zijn slechts een hulpmiddel, ze kunnen nooit een goede instructie of een doordachte les vervangen. Bedenk ook dat meer spullen vaak meer werk betekenen. Het klaarzetten en opruimen kost tijd, en als een materiaal te ingewikkeld is, blijft het waarschijnlijk in de kast staan. Kies dus vooral werkvormen en materialen die bij jou en je groep passen en die het leerdoel echt ondersteunen.

Zo bouw je een les bewegend leren op en zet je het in je rooster
Een les bewegend leren is geen los uitje, maar een gewone les met beweging erin. De opbouw die voor de meeste leerkrachten werkt:
- Lesdoel. Hetzelfde doel als in je reken- of taalmethode. Daar verandert niets aan.
- Een werkvorm naar keuze. Je kiest zelf welke beweging bij je groep en je doel past.
- Korte instructie. Tijdspad, materiaal en een paar groepstips, kort en duidelijk.
- Kant-en-klare bijlagen. Printbare kaartjes en werkbladen, zodat je niet zelf hoeft te knutselen.
Reken op zo'n 35 tot 45 minuten les en minder dan 5 minuten voorbereiding. De winst zit niet in losse momentjes, maar in een vast plekje in je weekrooster.

Wat we leerden over roosteren
Tijdens een webinar over praktisch roosteren stelden we 217 leerkrachten een simpele vraag: houd je in je dagrooster bewust rekening met beweegmomenten? Maar 14 procent zei "ja, bewust". De rest deed het nooit of af en toe. Geen onwil, wel een gat in tijd, materiaal en planning. Een paar inzichten die meteen helpen:
- Plan je moeilijkste les juist na de gym of de pauze, niet ervoor. Na bewegen is het brein beter opgewarmd om te leren.
- Denk aan het brein als een batterij. Een kind heeft ongeveer 20 minuten matig intensief bewegen nodig om weer een half uur geconcentreerd te kunnen werken. Na 20 minuten stilzitten loopt diezelfde batterij weer leeg. Staan of lopen tijdens het verwerken houdt hem stabiel.
- Start de dag actief. Begin bijvoorbeeld met een kwartier bewegend automatiseren, zodat de kinderen klaar zijn om te leren.
- Wissel af over de dag. Verdeel instructievakken en creatieve vakken, in plaats van alle instructie in de ochtend te proppen.
Dat dit hout snijdt, laat ook hersenonderzoek van onder anderen professor Erik Scherder al jaren zien: bewegen brengt meer zuurstofrijk bloed naar de hersenen en maakt stofjes aan die de verbindingen tussen hersencellen versterken. Of, zoals een deelnemer het zei: als de batterij van de kinderen leegraakt, raakt die van jou ook leeg.
Voorbeeldvideo's: bewegend leren in de praktijk
Soms zegt een filmpje meer dan een uitleg. Leerkrachten en leerlingen laten hieronder zien hoe bewegend leren er bij hen in de klas en op het plein uitziet.
Waarom bewegend leren?
Bewegend leren zie je steeds vaker, op het schoolplein en in de klas. Misschien vraag je je af wat het nu precies oplevert. Wat zijn de voordelen voor de leerlingen, voor jou als leerkracht en voor de hele school? Laten we dat eens bekijken.

Wat levert het de kinderen op?
Stel je een rekenles voor in groep 4. In plaats van een werkblad met keersommen, leg je hoepels met getallen op het schoolplein. Je roept "3 keer 4" en de leerlingen rennen en springen naar de hoepel met het getal 12. De kinderen die binnen vaak wiebelen op hun stoel, kunnen nu hun energie kwijt. Ze zijn actief met de sommen bezig en leren van elkaar. Omdat ze de leerstof niet alleen zien, maar ook echt doen, kan het beter blijven hangen. Die koppeling tussen denken en bewegen kan de hersenen helpen om de stof beter te verwerken en op te slaan voor de lange termijn.

Wat heb jij eraan als leerkracht?
-
Meer betrokkenheid in de klas: Je zult merken dat leerlingen actiever meedoen. Een korte energizer met tafels of spelling kan een wereld van verschil maken voor de concentratie tijdens de rest van de les.
- Positieve groepssfeer: Samen bewegen en leren zorgt vaak voor een betere sfeer. Leerlingen werken samen op een andere manier dan in de klas, wat de onderlinge banden kan versterken.
-
Afwisseling in je lessen: Bewegend leren is een extra stuk gereedschap in je koffer. Het geeft je de mogelijkheid om je lessen op een andere, frisse manier aan te bieden en zo meer leerstijlen aan te spreken.

Wat betekent het voor de school?
-
Een frisse, actieve uitstraling: Een school die beweging omarmt, laat zien dat ze nadenkt over de ontwikkeling van het hele kind. Het is een moderne aanpak die past bij een gezonde leeromgeving.
-
Meer plezier in leren: Als leerlingen met meer plezier naar school komen omdat de lessen afwisselend en actief zijn, draagt dat bij aan een positieve schoolcultuur voor iedereen.
-
Bijdragen aan welzijn: Door beweging een vast onderdeel van de schooldag te maken, help je leerlingen niet alleen met hun schoolwerk, maar draag je ook bij aan hun algemene gezondheid en welzijn.
Ontdek alle voordelen van bewegend leren
waarom bewegend leren?
Het idee is eigenlijk heel simpel. Lichaam en geest werken samen. Door beweging te verweven met taal en rekenen, creëer je een krachtige leeromgeving. Het is niet alleen goed voor de leerresultaten, maar ook voor de sfeer in de klas en de gezondheid van de kinderen. Een winst voor de leerling, voor jou en voor de hele school.

De wetenschap achter bewegend leren
Als leerkracht wil je natuurlijk dat wat je doet in de klas ook echt werkt. Zeker bij iets als bewegend leren. Het is populair, maar is het meer dan een leuke afwisseling voor de leerlingen? Wat zegt de wetenschap er eigenlijk over? We duiken in het onderzoek, de theorie en de verschillende meningen.
Wetenschappelijk onderzoek naar bewegend leren
Het idee dat beweging en leren samengaan, is niet van gisteren. De basis werd eigenlijk al in de jaren zestig gelegd door Marian Diamond, een pionier in de neurowetenschap. Zij ontdekte dat een rijke, stimulerende omgeving de hersenen letterlijk kan veranderen en laten groeien. In haar boek Enriching Heredity: The Impact of the Environment on the Anatomy of the Brain beschrijft ze hoe de omgeving, inclusief de mogelijkheid om te bewegen, de ontwikkeling van het brein beïnvloedt. Ze legde hiermee een belangrijk fundament voor het denken over actief leren.

Na haar werk zijn veel andere onderzoekers in de relatie tussen bewegen en leren gedoken. We weten nu steeds beter dat de hersengebieden voor bewegen en voor leren nauw met elkaar verbonden zijn. Ze praten als het ware met elkaar. Als je beweegt terwijl je leert, worden beide gebieden tegelijk geactiveerd.
Simpel gezegd, leren is het aanleggen van nieuwe verbindingen in de hersenen. Er ontstaan netwerkjes waardoor een kind iets nieuws begrijpt en onthoudt. Wat helpt om die verbindingen te maken en te versterken? Precies, dingen als een uitdagende omgeving, spel en dus ook beweging. Wil je hier echt het fijne van weten? Dan is het boek Multiple Pathways to the Student Brain van Janet Zadina een aanrader. Zij legt heel helder uit hoe dit werkt.

Maar beweging doet meer dan alleen helpen bij het opnemen van nieuwe stof. Het helpt ook om die kennis vast te houden. Verbindingen in je hersenen die je niet gebruikt, worden na verloop van tijd zwakker of verdwijnen zelfs. Denk maar aan de stelling van Pythagoras. Die heb je vast ooit geleerd, maar kun je a² + b² = c² nog zo uit je mouw schudden? Waarschijnlijk niet tot in detail. De verbinding is er nog wel, maar is verzwakt. Herhaling, en zeker actieve herhaling, houdt die paadjes in het brein sterk.

Beweging helpt dus om nieuwe verbindingen te maken én om bestaande verbindingen te onderhouden. Een bekende neurowetenschapper die dit onderwerp in Nederland enorm populair heeft gemaakt, is natuurlijk Erik Scherder. Hij kan als geen ander uitleggen hoe belangrijk bewegen is voor een fit brein. Zijn boek Laat je hersenen niet zitten is een absolute aanrader als je wilt snappen waarom stilzitten eigenlijk funest is voor het leren.
Je brein en je lijf zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze werken samen om je aandacht erbij te houden, problemen op te lossen en de lesstof te onthouden. En dat is precies de kracht van bewegend leren. Leerlingen nemen de informatie niet alleen makkelijker op, de kennis blijft ook beter hangen. Een mooie samenvatting hiervan vind je in de publicatie The Mind-Body Connection in Learning van Ruth Palombo Weiss.
Recent onderzoek vat dit samen onder de noemer embodied leren: leren zit niet alleen in je hoofd, maar ook in je lichaam, je zintuigen en de interactie met je omgeving. Beeldt een kind een begrip uit of ervaart het de stof met het hele lijf, dan activeren ook de hersengebieden voor waarneming en beweging, en dat helpt het begrip. Promovenda Janine Verkerk onderzoekt op dit moment hoe leerkrachten embodied leren in de klas inzetten. Lees meer over embodied leren op Didactief.
Voor- en tegenstanders van bewegend leren
Natuurlijk is niet iedereen het erover eens. Zoals bij elke onderwijsaanpak zijn er duidelijke voorstanders, maar ook kritische geluiden:
Voorstanders benadrukken vaak:
- De positieve invloed op de gezondheid en het welzijn van leerlingen.
- Dat leerlingen de lesstof beter en langer onthouden.
- De kracht van actieve betrokkenheid, het leren door te doen.
- Een betere concentratie en focus in de klas.
Tegenstanders maken zich soms zorgen over:
- De mogelijke onrust en afleiding die het in de groep kan veroorzaken.
- Dat er nog niet genoeg hard bewijs is om het op elke school grootschalig in te voeren.
- Dat het voor leerkrachten een uitdaging is om goede, effectieve bewegende lessen te plannen.
Interpretatie en nuance vanuit de wetenschap
Oké, er is dus best wat onderzoek te vinden. Maar als je zelf de wetenschappelijke artikelen induikt, is het goed om een paar dingen in je achterhoofd te houden:
-
Niet alles is hetzelfde: Het ene onderzoek naar 'actief leren' is het andere niet. Soms kijken ze naar kleuters, soms naar pubers. De ene keer gaat het over een kwartiertje bewegen, de andere keer over een compleet andere lesaanpak. De resultaten zijn dus lastig te vergelijken.
-
Verband is geen oorzaak: Als kinderen die meer bewegen zich beter concentreren, komt dat dan puur door het bewegen? Of zijn dat toevallig ook de kinderen die beter slapen of gezonder eten? Een verband aantonen is makkelijker dan een directe oorzaak bewijzen.
-
Kijk naar het totaalplaatje: Staar je niet blind op één enkel onderzoek. Het is slimmer om naar een brede verzameling studies te kijken voordat je besluit hoe je bewegend leren op jouw school wilt invoeren.
Bewegend leren heeft dus zeker een stevige basis, maar het is geen wondermiddel. Net als bij elke andere aanpak is een doordachte en gebalanceerde inzet belangrijk. Kijk wat werkt voor jouw groep en jouw school. Door te bouwen op wat de wetenschap ons vertelt en te leren van scholen die er al ervaring mee hebben, haal je het meeste uit deze actieve manier van lesgeven.
Bronnen en verder lezen over de wetenschap:
- Kenniscentrum Sport en Bewegen, bewegend leren vanuit de wetenschap
- RIVM Leefstijlmonitor, cijfers over bewegen en zitten van kinderen
- De beweegrichtlijnen voor kinderen en jongeren
- Didactief, embodied leren: beter begrijpen door beweging
Zie je door alle informatie en mogelijkheden het bos niet meer? Dat is helemaal niet gek. Bij Fluitend Leren helpen we je graag op weg om bewegend leren op een goede en leuke manier een plek te geven op jouw school.


Bewegend leren invoeren, borgen en het Kwaliteitskader
Bijna elk team is het er snel over eens dat bewegend leren goed is voor de kinderen. Toch blijft het vaak liggen. Niet door onwil, maar door de waan van de dag: druk, druk, druk. De winst zit dan ook niet in een eenmalig project, maar in iets dat je echt borgt in groep 1 tot en met 8.
Wat scholen daarbij over de streep trekt, is steeds hetzelfde rijtje:
- Draagvlak eerst. Een teamscholing waarin iedereen dezelfde kant op kijkt. Zonder draagvlak kun je niet bouwen.
- Praktisch. Maximaal vijf minuten voorbereiding, anders blijft het liggen.
- Kwalitatief. Lessen die kloppen, niet zelf bij elkaar gezocht.
- Op maat. Gekoppeld aan de taal- en rekenmethode die je al gebruikt, zoals WIG5, Staal, Pluspunt of Getal en Ruimte Junior, zodat een leerkracht precies ziet bij welke les een werkvorm hoort.
Het Kwaliteitskader Bewegend Leren
Niet alles wat leuk en actief is, helpt ook echt bij het leren. Daarom toetsen we elke les aan een onafhankelijk Kwaliteitskader Bewegend Leren, ontwikkeld met Platform Dynamische Schooldag en omarmd door lectoraten. Zo weet je dat een werkvorm niet alleen energie geeft, maar ook bijdraagt aan de didactiek en de basisvaardigheden.

Scholen die aantoonbaar minstens een keer per week in alle leerjaren kwalitatief bewegend leren aanbieden, ontvangen het vignet Onderwijs in Beweging. Basisschool De Vlieger in Alkmaar is daar een mooi voorbeeld van. Daar werken 21 leerkrachten met de aanpak, en de bibliotheek met lessen wordt structureel gebruikt. Dat is precies waar je naartoe wilt: niet een keer proberen, maar het een vast onderdeel van je onderwijs maken.

Bekijk hoe een samenwerking werkt en plan een gratis adviesgesprek
De opkomst van bewegend leren
Je ziet het steeds vaker: bewegend leren krijgt een vaste plek in de basisschool. Het is meer dan een trend. Scholen die ermee aan de slag gaan, merken al snel dat het echt wat doet voor de leerresultaten van hun leerlingen.

Bewegend Leren in Nederland
Bewegend leren is op zich niets nieuws in Nederland. Toch zie je enorme verschillen tussen scholen. Sommige pioniers zijn er al jaren volop mee bezig en integreren het in hun lessen, terwijl andere scholen nu pas voorzichtig de eerste stappen zetten met bijvoorbeeld een rekenspel als energizer.
Onderzoek: Bewegend Leren in de klas
We hebben onlangs een eigen peiling gehouden onder leerkrachten en daaruit kwam een duidelijk beeld naar voren. Veel collega's vinden het lastig om bewegend leren echt een vast onderdeel van hun lessen te maken. Het blijft daardoor vaak bij een kort spelletje tussendoor, terwijl er zoveel meer mogelijk is.
Uitdagingen bij de implementatie van Bewegend Leren
Een nieuw lesprogramma opzetten kost natuurlijk geld. Directeuren breken er soms hun hoofd over hoe ze de materialen, training en aanpassingen op het schoolplein moeten betalen. Gelukkig hoef je het niet altijd alleen te doen. Er zijn subsidies beschikbaar die je kunt inzetten voor bewegend leren, zoals de subsidie voor basisvaardigheden.
Daarnaast zijn er nog meer potjes en subsidies die je als school kunt aanvragen. De regelingen en voorwaarden veranderen wel per jaar, dus het is slim om de actuele informatie goed te controleren. Maar denk bijvoorbeeld aan deze mogelijkheden:
- Lokale subsidies: Klop eens aan bij je eigen gemeente. Vaak hebben ze potjes voor vernieuwing in het onderwijs of het stimuleren van sport en bewegen.
- Subsidies van het ministerie (OCW): Ook landelijk zijn er mogelijkheden. Het ministerie stelt regelmatig budget beschikbaar voor de verbetering en vernieuwing van het onderwijs.
- Sponsoring door lokale bedrijven: Denk ook eens aan de ondernemers in je eigen buurt. Een lokaal bedrijf wil misschien best een project sponsoren dat goed is voor de gezondheid van kinderen in hun eigen wijk.
Houd de websites van de overheid en andere fondsen dus goed in de gaten voor de nieuwste regelingen. Het helpt ook enorm om contact te houden met andere scholen. Vraag eens hoe zij het aanpakken, wie weet ontdek je zo een financiering waar je zelf nog niet aan had gedacht.

De uitdagingen die leerkrachten ervaren bij de inzet van Bewegend Leren:

De ervaren voordelen van Bewegend Leren tijdens het lesgeven:

Bewegend Leren in het buitenland
Terwijl wij in Nederland nog volop aan het ontdekken zijn, is bewegend leren in landen als Finland en Denemarken al de normaalste zaak van de wereld. Die Scandinavische landen staan natuurlijk bekend om hun goede onderwijs. Dat komt niet zomaar ergens vandaan. Ze investeren daar flink in de scholen, waardoor er ruimte is om nieuwe lesmethodes goed te onderzoeken en in te voeren.
We kunnen veel leren van hoe ze het daar aanpakken. Door goed te kijken naar hun ervaringen, hoeven wij niet dezelfde fouten te maken en kunnen we sneller een aanpak ontwikkelen die echt werkt in de klas en op het schoolplein.
Het is duidelijk dat bewegend leren steeds populairder wordt op Nederlandse basisscholen. Er is nog wel werk aan de winkel om alle mogelijkheden die het biedt echt goed te gebruiken voor vakken als rekenen, taal en spelling in groep 1 tot en met 8.
Lees meer

Dynamische Dinsdag en gratis webinars
Elke dinsdag een gratis werkvorm in je mailbox
Wil je je eerst rustig oriënteren, zonder ergens aan vast te zitten? Schrijf je dan in voor de Dynamische Dinsdag. Inmiddels staan er meer dan 6.000 onderwijsprofessionals op de lijst, die elke week een nieuwe bewegend leren werkvorm ontvangen en meteen in hun klas toepassen. Gratis, en zo uit de printer te gebruiken. Zo ontdek je elke dinsdag een nieuwe manier om je reken- of taalles in beweging te brengen.

Schrijf je gratis in voor de Dynamische Dinsdag
Gratis webinars
Daarnaast geven we gratis webinars over thema's waar leerkrachten echt iets aan hebben. In een webinar over praktisch roosteren zaten bijvoorbeeld 217 collega's mee te kijken. De reacties zeggen genoeg:
- "Heldere uitleg, ga er morgen zeker mee aan de slag." (Denise)
- "Inspirerend en waardevol, bedankt voor het kartrekken voor meer dynamiek in het onderwijs." (Miranda)
We staan ook regelmatig op onderwijsbeurzen en congressen. Op het congres van de Dynamische Schooldag in Helmond verzorgden we een workshop voor ruim 200 onderwijsprofessionals, en op de Dag van de Pedagogiek namen we 250 leerkrachten in opleiding mee in het hoe en waarom van bewegend leren.
Wil je geen webinar missen? Schrijf je in voor de Dynamische Dinsdag. Je ontvangt dan elke week een gratis werkvorm en als eerste een uitnodiging zodra er een nieuw gratis webinar gepland staat.
Veelgestelde vragen over bewegend leren
Hoe zet je Bewegend Leren effectief in?
Hoe zorg je dat bewegend leren echt werkt in jouw klas? Een goede voorbereiding is het halve werk. Bedenk eerst welk lesdoel je wilt bereiken. Wil je de tafels oefenen? Kies dan een activiteit die daarop aansluit, zoals een getallenestafette op het schoolplein. Zorg voor genoeg ruimte en veilige materialen. Vraag je leerlingen ook wat ze ervan vonden, dan kun je je lessen steeds een beetje beter maken.
Is Bewegend Leren bewezen effectief?
Werkt het echt? Steeds meer scholen en leerkrachten zien in de praktijk dat het een positief effect heeft op de leerprestaties en de betrokkenheid van leerlingen. Er zijn ook steeds meer aanwijzingen dat het combineren van bewegen en leren goed is voor het brein. Het kan bijvoorbeeld helpen bij het onthouden van lesstof en het vasthouden van de aandacht.
Vooral voor kinderen die moeite hebben met stilzitten kan deze aanpak een uitkomst zijn. Ze kunnen hun energie kwijt terwijl ze toch met de lesstof bezig zijn. De gedachte hierachter is dat fysieke activiteit de hersenen stimuleert, wat het leren makkelijker maakt. Hoewel er altijd meer onderzoek mogelijk is, zijn de ervaringen uit de klas erg positief.
Hoe borg je Bewegend Leren?
Hoe zorg je dat bewegend leren een vaste plek krijgt op school en niet een eenmalig projectje blijft? Dat lukt het beste als het hele team erachter staat. Maak het een onderdeel van je jaarplanning, deel goede ideeën met je collega’s en vraag om de juiste materialen en misschien een studiedag. Door er samen tijd voor te maken en regelmatig te kijken wat goed gaat, wordt het een vanzelfsprekend onderdeel van jullie schooldag.
Wat is het verschil tussen coöperatieve werkvormen en Bewegend Leren?
Goede vraag! Ze lijken op elkaar omdat leerlingen bij beide actief zijn. Het verschil is het hoofddoel. Bij coöperatieve werkvormen draait alles om samenwerken, zoals tweetallen die samen een vraag oplossen. Bij bewegend leren is de fysieke actie zelf gekoppeld aan het leerdoel. Een leerling springt bijvoorbeeld naar het juiste antwoord op een getallenlijn. Natuurlijk kun je de twee perfect combineren.
Kan Bewegend Leren zowel buiten als binnen het klaslokaal plaatsvinden?
Jazeker! Bewegend leren kan overal. In de klas kun je leerlingen laten opstaan om een antwoord te geven of een woord uit te beelden. Maar het schoolplein is natuurlijk de ideale plek voor een rekenestafette of een spellingspel waarbij je van de ene naar de andere letter rent. Het hangt helemaal af van je les, de ruimte die je hebt en het weer.
Welke vormen van Bewegend Leren zijn er?
De mogelijkheden zijn eindeloos en je kunt het zo gek maken als je zelf wilt. Denk aan kleine dingen, zoals even opstaan en strekken tijdens de taalles. Of ga voor grotere activiteiten: een dictee waarbij leerlingen de letters op het schoolplein moeten zoeken, of de tafels oefenen door te springen op een hinkelbaan. Van een snelle opwarmer van vijf minuten tot een volledige gymles die is gekoppeld aan rekenen, het kan allemaal.
Hoe pas ik Bewegend Leren toe in de bovenbouw?
Ook in groep 7 en 8 werkt bewegend leren prima, al maak je de opdrachten natuurlijk wat uitdagender. In plaats van simpelweg letters rennen, kun je ze een speurtocht laten doen om zinsdelen te verzamelen en daarmee een correcte zin te bouwen. Of organiseer een levend coördinatenstelsel op het plein om posities te bepalen. Ook een debat waarbij leerlingen letterlijk naar de 'voor' of 'tegen' kant van het lokaal lopen, is een geweldige manier om ze actief te betrekken.
Meer lezen over Bewegend Leren? Ontdek een van onze blogs over Bewegend Leren:
- Honderden leerkrachten over Bewegend Leren!
- Waarom Bewegend Leren helpt bij het oefenen van rekenen en spelling.
Gaan de basisvaardigheden achteruit als je lestijd inruilt voor meer bewegen?
Nee. Onderzoek laat zien dat taal en rekenen er niet op achteruitgaan als je een deel van de lestijd actiever maakt. Kinderen gaan juist vooruit op zachtere vaardigheden zoals empathie, zelfreflectie en groepsdynamiek, en dat kan de werkdruk voor de leerkracht zelfs verlagen.
Hoeveel bewegen heeft een kind nodig om weer te kunnen concentreren?
Ongeveer 20 minuten matig intensief bewegen laadt de concentratie weer op voor zo'n half uur geconcentreerd werk. Een energizer van een paar minuten is daarvoor te kort. Staan of lopen tijdens het werken houdt de concentratie langer stabiel.
Is bewegend leren hetzelfde als een dynamische schooldag?
Nee. Bewegend leren is een van de bouwstenen van een dynamische schooldag. De dynamische schooldag is het grotere geheel: de afwisseling tussen inspanning en ontspanning over de hele dag, inclusief het rooster, de inrichting van de klas en het schoolplein.
Wat doe je bij slecht weer of een bezet schoolplein?
Bij slecht weer doe je binnen een actieve start, bijvoorbeeld met muziek of een dynamische wereldoriëntatieles. Is het plein bezet, verdeel het dan in vakken of wijk met oudere groepen uit naar een rustig plekje in de buurt. Bewegend leren heeft vaak minder ruimte nodig dan vrij spelen.
Hoeveel voorbereiding kost een les bewegend leren?
Zelf werkvormen bedenken kost veel tijd, en daar haken leerkrachten vaak op af. Met kant-en-klare, uitgewerkte lessen blijft de voorbereiding beperkt tot maximaal vijf minuten.
Profiteren jongens en meisjes evenveel van bewegend leren?
Allebei profiteren ze, al wijzen sommige onderzoeken erop dat het effect bij meisjes iets sterker kan zijn. Het beeld is nog niet eenduidig en hangt sterk af van de werkvorm en de leeftijd. In de praktijk pakt een gevarieerd aanbod, met zowel rustige als drukke werkvormen, voor de hele groep goed uit.
Verder lezen over bewegend leren
- Inspiratielessen voor bewegend leren, voorbeeldlessen voor rekenen en taal, zo te geven.
- Gratis voorbeeldlessen bewegend leren, direct te gebruiken in jouw klas.
- Bewegend leren op school, hoe je het structureel inzet op de basisschool.
- Online bibliotheek met honderden werkvormen, maak gratis een account voor groep 1 tot en met 8.
Onze Bewegend Leren Missie!
Kom direct in contact
-
-
Voor basisscholen
Plan een gratis adviesgesprekSamen sparren over bewegend leren binnen het huidige onderwijs van jouw basisschool?
-
Voor besturen
Bekijk bewegend leren op maatWij hebben een aangepast bewegend leren aanbod voor schoolbesturen bestaande uit meer dan twee scholen.

Bewegend Leren op maat
"Innovatief leren met spel en beweging, een kansrijke toekomst en opvallend goede lessen"
- Coöperatieve werkvormen
- In lijn met SLO
- Aansluitend op alle reken & taalmethodes
